elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onderplank

onderplank , ondĕrplanken , ond. wagen, V, 51.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
onderplank , onderplaank , de , (Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe) = bodemplank van een wagen De staonde plaanken bint de bijplaanken en de liggende plaanken bint de onderplaanken (Ruw), In een wagen haj twei onderplaanken (Hgv), z. ook wagenplaank
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal