elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: oostwaarts

oostwaarts , oosterd , voor: in ’t oosten; in ’t oosterd van Drente. In Gron. spreekt men ook van: oosterd, en: westerd, als nl. een dorp zich van ’t oosten naar ’t westen uitstrekt.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
oostwaarts , oosterd , voor: oostelijk gedeelte; oosterd in ’t Hammêrk = in het oostelijk deel van Nieuwolda (Midwolmerhammêrk), en zoo in meer dorpen die zich van het oosten naar het westen uitstrekken. Eveneens: westerd, (niet: zudert of noordert maar wel: oosterse, westerse, zuderse en noorderse boeren, van een dorp.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
oostwaarts , oosters , zie oosterd *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
oostwaarts , oostĕrt , in ’t oostelijk deel van het dorp.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
oostwaarts , oosterd , bijwoord , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = 1. naar het oosten Oons laand lig meer oosterd uut (Die), Aj bij oens bint en ie fietst een endtien oosterd op, dan ziej vanzöls de karke (Bro) 2. in Zuid-Oost-Drenthe Hij woont oosterd uut richting Zweelo, Sleen, Emmen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
oostwaarts , oosterd , het , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = 1. oostelijk deel van het dorp Waor is Jan? Die is net oosterd op egaone (Ruw) 2. het Zuidoosten van Drenthe, gezegd door inwoners van Zuidwest- en Midden-Drenthe As wij vrogger naor oosterd gungen, waor femilie woonde, dan schölden ze oens (van westerd) altied uut veur wiesdompen (Bro), Bij Zweel en Coevurden; dat neum wij in Beilen oosterd (Bei), Hij komp hier niet weg, hij komp van olds uut oosterd (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
oostwaarts , oosterd , zelfstandig naamwoord , de; oostelijk deel, richting
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal