elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opgaren

opgaren , opgaeren , oprapen
Bron: Boers, B. (1843), [Goerees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
opgaren , opgadderen , opzamelen (zie op gadderen).
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
opgaren , opgoaren , (van: op, en: garen: vergaren) = bijeenverzamelen van kleine hoeveelheden. Inzonderheid wordt het van melk gezegd die telkens bij de vorige gevoegd wordt tot men genoeg heeft om te karnen. Overijselsch, Zeeland opgaren = bijeenverzamelen, opzamelen; Friesch garen = vergaderen, vooral van het bijeenbrengen van geld en goed.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
opgaren , [verzamelen] , opgaarĕn , verzamelen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
opgaren , opgadrn , werkwoord , oplopen, opdoen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
opgaren , opgaeren , gaeren op, op egaerne , oprapen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
opgaren , opgaren , oprapen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
opgaren , opgeren , opgaeren, opgadderen , werkwoord , 1. verzamelen, bijeenbrengen en bewaren 2. opruimen 3. verdienen, door te sparen geld bijeenbrengen 4. oplopen, opdoen: van een verkoudheid of een andere ziekte; opgadderen in de kost opgadderen inkomsten verwerven door div. klussen enz.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opgaren , opgaeren , (werkwoord) , 1. oprapen; 2. verzamelen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal