elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: paddenpisser

paddenpisser , paddĕpistĕr , puistje op het ooglid.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
paddenpisser , paddepisser , paddepister, paddeschieter , de , paddepissers , (Zuidwest-Drenthe). Ook paddepister (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), .paddeschieter = zweertje op het oog De jonge hef een paddepisser op het oge (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
paddenpisser , paddepisser , paddepister , strontje in het oog. Ook: paddeskieter, paddepister (Kampereiland)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
paddenpisser , padpisser , paddepisser, pappisser, pattepisser, potpisser, po , zelfstandig naamwoord , de; strontje, zweertje aan een ooglid, nl. ontsteking aan een haarzakje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal