elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: patertje

patertje , patertje , petertje, pietertje , enz. Soort van sprake onder meisjes, waarbij men steeds een dezer woorden bezigt, naar den klinker die er in voorkomt, bv. zij is ziek: zet pijtertje pietertje es zet pietertje ka. Iets dergelijks vindt men bij De Bo, art. pe-taal: “Kluchtige manier van eene taal te spreken met elke lettergreep te herhalen voorgegaan van de letter p die den consonant vervangt als er een is. In het spreken van de Pe-taal steunt men op elke lettergreep, die met de p herhaald wordt.ˮ – De aardigheid bestaat hierin dat men door den oningewijde niet begrepen wordt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
patertje , paatĕrtjĕ , spel.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal