elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: punter

punter , punter , schuit van licht maaksel, vooral te Hoogeveen zeer in gebruik. Daarmede spelevaren heet puntern.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
punter , punter* , Fransch: pupitre.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
punter , puntĕr , schuit.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
punter , peunter , schot mitten toep vánne schoon; waegtoestel.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
punter , punter , de , punters , 1. punter, soort boot In Gietern vaert ze mit punters (Dwi), Punter ‘schuit van licht maaksel. Vooral op het Hoogeveen zeer in gebruik’ (wp), Een punter is hier een klein soort boot (Ker), ...een klein bakkersbootie (Hol), (fig.) Hij is zo dronken as een punter (Hol) 2. klap (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe) Hij gaf hum een punter, hij soezebolde aover de straote (Ruw) 3. trap met de punt van schoeisel Hij gaf de balle een beste punter, zodat e in een keer het doel in vleug (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
punter , punter , (Gunninks woordenlijst van 1908) punter
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
punter , punter , zelfstandig naamwoord , de 1. bekend vaartuig: punter 2. harde schop, harde stoot
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
punter , [veerunster (weegtoestel)] , punter , veerunster. Jâpie Todde woog zakken todden af met een punter.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
punter , punter , zelfstandig naamwoord , WBD III.2.3:290 'punter' = rechte sigaar die van de mond naar het vuureinde geleidelijk dikker wordt
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal