elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rapperig

rapperig , rapperig , (bijvoeglijk naamwoord) , Slordig, oud, zodat de stukken er bij neerhangen. Synon. rabbig. – Vgl. rap. || Het end van de hark is zo rapperig en ruw; we mosten der maar ’en stuk ofzagen; aârs bezeer je je der nog an. Wat ’en rapperige stoel, de tienen (tenen) hangen der an alle kanten bij. Dat karpet is zo rapperig, der is geen stoppen meer an.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
rapperig , rapperĕch , barsterig. En rapperĕgĕ klompĕ.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
rapperig , rapperig , rappelig , bijvoeglijk naamwoord , niet stevig in elkaar zittend, nogal geschonden, aangetast
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
rapperig , rapperig , verwaarloosd (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal