elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: roerijzer

roerijzer , roerijzer , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , zie roerwerk.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
roerijzer , reuriezĕr , bakkersijzer om ’t vuur dooreen te halen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
roerijzer , rueriezr , zelfstandig naamwoord , ijzer, van ongev. 3 meter om slakken uit de vuurgang van de steenoven te halen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
roerijzer , roeroizertje , zelfstandig naamwoord ’t , Lepeltje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
roerijzer , reuriezer , het , 1. theelepeltje Geef mij èven een reuriezer, dan kan ik de thee deurreuren (Bro), z. ook reurdertien, reurstok 2. gereedschap om o.a. asresten uit oven te verwijderen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe) As de oven oethet was, wuurd de asche der met een reuriezer oettrökken (Pdh), Geef mij het reuriezer ies an, dan kan ik het vuur wat opschoeven (Dwij), z. ook ashaok
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
roerijzer , reurîêzer , lepeltje
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
roerijzer , reuriezer , ruuriezer, roeriezer , zelfstandig naamwoord , et 1. theelepel 2. bep. gereedschap om asresten mee uit de oven te verwijderen 3. pook bij een kachel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
roerijzer , reuriezer , (zelfstandig naamwoord) , theelepel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
roerijzer , ruurijzer , theelepeltje , Meestal als geintje gezegd.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
roerijzer , ruurèèzer , zelfstandig naamwoord , Henk van Rijen - koffie- of theelepel
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal