elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: roor

roor , [aankondigen] , roor , in: roor maken = bekend maken, aankondigen, verspreiden; ik mag ’t goo dat hij in stilte döt, neet roor maken = ik mag het goede dat hij in stilte doet, niet ruchtbaar maken.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
roor , roor , druk.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal