elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zam

zam , sam , smijdig, lenig, b. v. leder. Hd. sanft. Smeu en sam, sappig en malsch.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
zam , [mals] , sam , malsch, sappig, ook Overijs.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
zam , [zacht] , samp , sam , (bijvoeglijk naamwoord) , zacht, week, murw. (Doetinchem).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zam , zam , (bijvoeglijk naamwoord) , Zacht, week. üm leer gud zam te krîgen, moj ʼt met traon sméren. Vgl. smö.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
zam , sam , smeuig, week.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zam , zam , (bijvoeglijk naamwoord) , Zacht, week; üm leer gud zam te krîgen, moj ʼt met traon sm(i)eéren. Verg. smö.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
zam , zam , sam , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , mals; sappig
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
zam , sam , sammig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook sammig (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = zacht, week, mals Holt veur fluitpiepen muken ij eerst wat sam (Sti), Wij hadden lekker sam brood (Hgv), Appels moet sammig wezen, aans keuj ze niet bieten (Hijk), Slaot met spekvet, dan wordt het wat sammig (Eri), Die paren, die keuj wel eten; die bint zo sam (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zam , sam , mals
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zam , zam , smeuig, zacht. Dât dreuge stuk keeze is in de kelder weer aoreg zam ewordn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zam , sam , onsmakelijk, zuur, bedorven (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal