elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schotelbank

schotelbank , schuddelbank , schuttelbank, schötelbank , eene soort van tafel waar op het keukengereedschap wordt geplaatst om te drogen of om als bergplaats van die voorwerpen te dienen. Oostfriesch schötelbank, een op het aanricht gelijkende toestel ten dienste der keuken. Zie: anricht.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
schotelbank , schöttĕlbaank , spel, 26.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
schotelbank , schörrelbaank , de , (Eek) = open bordenkast
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schotelbank , schottelbaank , zelfstandig naamwoord , de; rubriek in een krant waarin recente huwelijksaankondigingen, geboorten en overlijdens bekend worden gemaakt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal