elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schraatjammer

schraatjammer , ĕn schraotjammĕrtien van ’n jonchien , fijn teer kind.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
schraatjammer , schaojammertien , het , schaojammerties , (N:Zuidwest-Drenthe) = zeer mager beestje
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schraatjammer , schraotjâmmer , magere vent.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
schraatjammer , schraotjämmer , magere man.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal