elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: splitkamp

Splitkamp , Splitkamp , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Naam van verschillende stukken land. Vgl. split en kamp. || De splitkamp van deselfden (t.w. Griete Gerrits) (in ’t Smalle weer); Kees Moeyduyven splitcamp (in ’t Laantgens-weer); Jacob Smitten splitcampyen (in ’t Kerkweer); Jaep Tijsz. splitcamp (in Janke Maerts-weer); Maatb. Assend. (a° 1634). – Daarnaast vindt men Spletenkamp, welke vorm wel verklaard moet worden als (ge)spleten kamp. || Genaemt Spleetencamp (in de Buitenkaag), Maatb. Assend. (a° 1635).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
splitkamp , splitkamp , in de langte gedeelde kamp.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal