elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: staaf

staaf , staaf , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , vgl. steenstaaf.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
staaf , staavĕ , ding, hoep.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
staaf , staaf , stave, staeve, staof, staove , de , staven , Ook stave (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents veengebied), staeve (Zuidwest-Drenthe, noord), staof (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), staove (Veenkoloniën) = 1. staaf Hij bög de iezern staof met blo handen um (Eex), Op het postkantoor hadden ze van die mooie staven rooie lak (Noo) 2. balk (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) Die staaf iezer gebroek wij veur de neie schure (Pdh), ‘Deze bouweltoene (-) bestaande uit staven van eschenholt en vlechtwark van wilgenholt’ (hy:Scho) 3. duig (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe) Ein staof van het vat was vort (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
staaf , stave , staaf
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
staaf , staeve , staeven, staef , zelfstandig naamwoord , de 1. staaf, gegoten of gesmeed langwerpig stuk metaal 2. metalen stang 3. duig (van een ton) 4. langwerpig stuk van materiaal anders dan metaal, bijv. een staeve drup een staaf drop
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
staaf , stave , (zelfstandig naamwoord) , staaf.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
staaf , staof , zelfstandig naamwoord , stòfke , staaf; WBD staof (II:982) - staaf, rietstaaf (v.e. rietkam); stòfke - verkleinwoord; staafje; verkleinwoord van 'staof', met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal