elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stip-in-het-gat

stip-in-het-gat , stip in ’t gat , zie: reurom.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
stip-in-het-gat , stip-in-’t gat , zie: potjebuul.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
stip-in-het-gat , stip in ’t gat , boekweiten meel met zeule melk.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
stip-in-het-gat , stip-in-het-gat , het , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Noord-Drenthe) = meelgerecht Bij stip in het gat doet wij water in de pan. Dat make wij an de kook en dan strooie wij der meel in en een beetie zolt en dan even laoten koken. Dan doere wij wat op het bord met wat spekkaogies of wat stroop (Hijk), Stip in het gat is een stief meelgerecht met een gat er boven in, woor een mengsel van melk en stroep in zit (Sle), In kokende melk wordt boekweiten mèel, bloem of tarwemèel strooid totdat het stief is. Vroeger kreej der een plakke spek bij mit spekvet en stroop. Wij eet het nou mit botter en suker. Dat is stip (in het gat) of potstroop (Wap), z. ook reurum, stip II
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal