elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stootje

stootje , stögien , oogenblikje. Zal staan voor: stootje, wat in Gron. (= rukje) gebruikt wordt in: ’t geldt ’n stootje meer – ’t is vrij wat duurder.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
stootje , steuchien , oogenblikje.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
stootje , steuchien , poosje.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
stootje , steugie , poosje.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
stootje , stötje , tijdje.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
stootje , steugien , (Kampen) poosje
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stootje , steugien , zelfstandig naamwoord , et; kort poosje
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
stootje , steugien , (zelfstandig naamwoord) , poosje, ogenblik. Zie ook: posien, sköffien.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
stootje , steugien , poosje (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
stootje , stötje , zelfstandig naamwoord , poosje (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal