elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: strijkplank

strijkplank , striekplank , plankje om er messen op te wetten; ook eene om er goed op te strijken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
strijkplank , [dekkersgereedschap] , striekĕplankĕ , dekkerswerktuig, V, 54.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
strijkplank , striekplânk , v , strijkplank
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
strijkplank , striekplanke , strijkplank.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
strijkplank , striekplank , de , strijkplank Ze hebt de striekplank in de opkamer staon (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
strijkplank , striekplanke , striekplaanke , (Kampen) strijkplank. Ook: striekplaanke (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
strijkplank , striekplaanke , zelfstandig naamwoord , de; strijkplank (om het strijkgoed op te strijken)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
strijkplank , striekplanke , (zelfstandig naamwoord) , strijkplank.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
strijkplank , strèèkplank , zelfstandig naamwoord , strijkplank; Dirk Boutkan (1996) - geen klinkerverkorting: strèèkplank (blz. 33)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal