elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: terpentijn

terpentijn , tarpentien , tartentien , terpentijn, waarvoor men ook hoort tartentien (Goorecht) Zoo ook: tarpentieneulie, tartentieneulie = terpentijnolie, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
terpentijn , taarpĕntien , terpentijn.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
terpentijn , taipentiin , terpentijn
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
terpentijn , tapn’tien , terpentijn
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
terpentijn , tarpentien , tartentien, taarpentien , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook tartentien (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe), taarpentien (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = terpentijn Die la muj schone maken mit tartentien (Rui) *Pik en tèer en tarpentien / Smeer mar op mien pokkeltien (Sle), ... / Smeer ik op mien pokkeltien (Odo), ... / Smeer dat op dien pokkeltien rijmpje (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
terpentijn , tarpentien , taarpentien , zelfstandig naamwoord , de, et; terpentijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
terpentijn , tèrpetèèn , zelfstandig naamwoord , terpentijn; kleverig plantensap vooral van naaldbomen; WBD III.4.3:90 tèrpetèèn -hars; WBD III.4.3:103 terpetèènköpke - dennentakje met een harsknopje
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal