elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: teveel

teveel , tóeveulĕ , verscheiden. Hoeveulĕ volk of ter was, det wee ’k neet, maar daor waren der wel toeveulĕ.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
teveel , tevölle , teveel.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal