elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tijdkorting

tijdkorting , tiedkörtn , Nederlandsch tijdkorting.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
tijdkorting , tiedkortingĕ , tijdkorting.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
tijdkorting , tiedkùrtege , zelfstandig naamwoord , tijdpassering
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
tijdkorting , tiedkötting , tijdverdrijf.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
tijdkorting , tiedkörting , tiedkörten , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe). Ook tiedkörten (Zuidoost-Drents zandgebied) = tijdverdrijf Puzzeln is een mooie tiedkorting (Bei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tijdkorting , tiedkotting , zelfstandig naamwoord , de; activiteit om de tijd te doden, vrijetijdsbesteding
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal