elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tijloos

tijloos , tijl , teil , nagelbloem. [Aanvulling J. van Lennep: Is een tijl wel een nagelbloem? Is ’t geen tijloos?]
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
tijloos , tîlooze , (vrouwelijk) , narcis, colchicum autumn.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
tijloos , tijloos , tieloos , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , De bekende plant. || In dese ma(e)nt wast gewas al zeer voorlijk; de tieloos stont met knoppen en de bloem in de mont, alsmede de dragon was soodanige uytgeloopen dat ickse heb afgesneede en geeten, Journ. Caeskoper, 31 Jan. 1682.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
tijloos , tieloozĕ , narcis.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
tijloos , tiilooze , vrouwelijk , narcis
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
tijloos , tieloos , tierloos, tuloos , de , Ook tierloos (Zuidoost-Drents zandgebied), tuloos (Zuidwest-Drenthe, zuid) = tijloos, soort narcis, Narcissus pseudonarcissus De tielozen bluit van het veurjaor aordig vroeg (Hgv), En overal in de tunen mooie gele tielozen (Bro), De tierlozen bint almaol weer opkommen (Oos), Ik heb die polle tulozen in ien keer verplaant (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tijloos , tietelroze , tieloos, tiedeloos, tiedloze, tiedeloze, tieteloze , zelfstandig naamwoord , de; narcis
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
tijloos , tieloze , (zelfstandig naamwoord) , narcis. Zie ook: närcisse.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
tijloos , tieloos , tieloze, teloos, tuloos, tuloze , narcis.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal