elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: timmerman

timmerman , tömmerman , timmerman.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
timmerman , timmerman , de , timmerlu, timmerlui , timmerman Met ’t scheetlood gunk de tummerman kieken of de muur good recht stund (Bei), De tummerlu haangt de deuren of (Zdw), Een noeste is de vijand van de tummerman (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
timmerman , timmerman , timmerman
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
timmerman , tummerman , zelfstandig naamwoord , tummerlui , tummermannechie , timmerman
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
timmerman , tummerman , (mannelijk) , timmerman
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
timmerman , tummerman , timmerman
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal