elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: toeke

toeke , toekĕ , teef.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
toeke , [oude vrouw] , tuke , Scheldnaam voor een oude vrouw, of die daar op lijkt. Zon òlde tuke!
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
toeke , toeke , sjoekse , slordige vrouw, een vrouw die oude, te ruime kleren draagt.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
toeke , tjoeke , toeke , sullig, slonzig vrouwspersoon, onverzorgde vrouw.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
toeke , tjoek , tjoeke , de , tjoeken , (Kop van Drenthe). Ook tjoeke (Zuidwest-Drenthe) = lichtzinnige vrouw
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
toeke , toek , toeke , de , toeken , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook toeke (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = 1. teef Die reu zit maor achter de toeken te vangen (Flu) 2. slet, manziek vrouwspersoon Dat is een toek van een meid, alle kèrels loopt heur nao (Sle), Wat een geile toeke! (Mep) 3. grote grofgebouwde meid (Zuidwest-Drenthe, zuid)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
toeke , toeke , (Kamperveen) teef
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
toeke , toeke , 1. teef. 2. oude vrouw.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal