elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tuitmuts

tuitmuts , toetmusse , muts met eene tuit of tip.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
tuitmuts , toetmussĕ , muts, V, 7.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
tuitmuts , toetmusse , zelfstandig naamwoord , oormuts, voor paard
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
tuitmuts , toetmusse , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid, wm) = 1. muts met een tuit of tip (wm) 2. huilebalk Een toetmusse is een rèerbek (Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal