elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitwassen

uitwassen , oetwassen , het ontkiemen van den korrel in de aren, wanneer het graan nog op het veld ligt. Dit heeft alleen bij zeer natte zomers zoals in die van 1891 plaats; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
uitwassen , oetwassen , uitspruiten van tuingewassen, in ’t vroege voorjaar; bv. van boerekool. In de beteekenis van: oetspieren (zie aldaar) is het verleden deelwoord oetwōssen, oetwōzzen meest in gebruik; het ontspruiten van de korrel in de aar, wanneer het graan nog op het land ligt. Dit heeft natuurlijk niet anders dan bij zeer natte zomers, als die van 1891 en 1894, enz. plaats; ook Drentsch.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
uitwassen , uutwassĕn , uitgroeien (uit een kleedingstuk).
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
uitwassen , oetwaskern , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. (uit)wassen Non hej die brook al wèer smèrig en ik heb hum pas oetwassen (Hijk), Wat is die boezeroen toch groezelig, ik zal hum morgen uutwassen (Dwij) 2. afwassen (Zuidoost-Drenthe) Even de koppies oetwaschern (Pdh), Help is èven oetwasken (Nsch), z. ook oetwischen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitwassen , oetwossen , sterk werkwoord, onovergankelijk , uitgroeien Dei kou is oetwassen groeit niet meer (Bco), Die jonge is goed uut ewossen (Hgv), Mien zussie kreeg al mien goed waor ik oetwossen was (Exl), Het is min weer veur het zaod. Het is veul te warm en te vochtig, en dan wost ze oet groeit het te hard (Oos), De rogge begunt oet te wossen te ontkiemen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitwassen , ûtwaase , uitwassen , Dé hôd’de bèèter in’new hèm kunne laote, dan wor’der meej ûtwaasse afgeweest. Dat had je beter in je hemd kunnen laten, dan was je er met uitwassen afgeweest. Spreken is zilver, zwijgen is goud, je had dus beter kunnen zwijgen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
uitwassen , uutwasken , uutwassen , werkwoord , uitwassen, reinigen door te wassen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
uitwassen , uutwassen , werkwoord , ontkiemen, uitlopen in de lengte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal