elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vangertje

vangertje , vangĕrtien , krijgertje.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
vangertje , vangertien , het , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) = vang- en tikspel Een honke was bij het vangertie doen een plaatse, waor aj niet etikt mugden worden (Hgv), Tikkertien of vangertien (Bro), As ze bij vangertie an een hekke stunden, waren ze vrij, maar daor much ie niet blieven staon. Het was de bedoeling um aover te stikken en zij begunden mit twei man te vangen en die mussen elkaar bij de haand holden en iederene, die der bijkwam, kwam ok an de regel, net zo lange dat ze het hele schoolplein bestreken (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vangertje , vangertjen , tikkertje.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal