elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verering

verering , vĕreeringĕ , geschenk.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
verering , verering , de , vererings , 1. achting, verering Hij hef een grote verering veur die heilige (Klv) 2. geschenk (Zuidwest-Drenthe, zuid) Zo’n verering hej ook niet veule an (Ruw), Ze hebt hum een verering edaone (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verering , verering , zelfstandig naamwoord , de 1. verering, het vereren 2. presentje, geschenk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal