elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verliquideren

verliquideren , vĕrliekĕdierĕn , 1). (een terrein) vereffenen; 2). (goederen) gelijkelijk verdeelen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
verliquideren , verliekederen , versliekederen, verliekemederen, verliekwederen, v , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook versliekederen (zw:Mep), verliekemederen (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe), verliekwederen (Zuidoost-Drenthe), verliekwiederen (Zuidoost-Drents veengebied), verliekwiedèren (Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe), verlieken (Zuidwest-Drenthe, zuid), verliekumderen (Zuidoost-Drents zandgebied) = effenen, vlak maken Wij hebt de schulden verliekedeerd (Sle), Midden in oenze laand zit nogal een hiel kop, die zulle wij ankomend winter ies verliekederen (Hav), Zie hebt die roezie verliekedeerd uit de wereld geholpen (Gas), slechten, egaliseren De weg verlieken (Rui), gelijkelijk verdelen Ik heb een puutien boonties, die muj mor verliekumderen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verliquideren , verliekederen , verliekemederen , werkwoord , 1. ieder z’n deel geven, vereffenen van te betalen schulden, verrekenen of anderszins rechttrekken van een koop, het ruilen waarbij de een minder had gekregen dan hem toekwam 2. vlak maken van grond
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal