elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verponding

verponding , verpōndîng , voor: grondbelasting; zoo goed als verouderd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verponding , vĕrponding , grondbelasting.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
verponding , vepoondege , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , waterschapslasten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
verponding , verponding , (ouderwets), grondbelasting
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
verponding , verponding , verponning , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, veroud.). Ook verponning = grondbelasting De hure en de verponding möt betaald worden deur de meier, stiet in oolde akten (Pdh), Wij meut nog verponning betaelen (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verponding , verpondinge , zelfstandig naamwoord , de; belasting op onroerende goederen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal