elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verschil

verschil , verscheel , twist, verschil, oneenigheid, kloppartij, ook Gron.; Overijs. ferschâl.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
verschil , verscheel , (= verschil), voor: kloppartij, vooral onder kinderen. Drentsch verscheel = twist, verschil; Oostfriesch ferschä̂l, ferschil, ook = strijd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
verschil , vĕrscheel , verschil, ruzie.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
verschil , verschièl , [vәsxĭęl] , verschil
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
verschil , veskel , zelfstandig naamwoord, onzijdig , ruzie
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
verschil , skil , zelfstandig naamwoord ’t , Verschil, in de zegswijze ’t skil dêle, het verschil tussen het bedrag van bieder en koper samen delen. – Skil deur doen, zie de vorige zegswijze
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verschil , verskil , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze ’n puur verskil bai ..., een heel verschil met, in vergelijking met. | ’t Is ’n puur verskil bai guster. – Dat maakt puur zô’n verskil, dat is een heel verschil, dat scheelt heel wat.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
verschil , verscheel , verschèel, verschil , het , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook verschèel (Zuidwest-Drenthe, zuid), verschil (Zuid-Drenthe, Noord-Drenthe) = onenigheid, ruzie De boeren hadden verscheel over de ofscheiding (Bei), Zij hebt een groot verschil (Ker)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verschil , verschil , het , verschillen , 1. verschil Oj het nou zo doet of zo, dat maakt niet veul verschil (Zwig), Verschil? Nou ja, verschil, wat is nou drei jaor? (Hav), Ze hebt verschil van mening (Klv) 2. ruzie Hij het verschil met zien vaoder (Erf), z. ook verscheel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verschil , verskil , verschil
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verschil , verscheel , zelfstandig naamwoord , et; ruzie, onenigheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verschil , verschil , zelfstandig naamwoord , et 1. onderscheid, het anders zijn 2. verschil bij aftrekking
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verschil , verskil , (zelfstandig naamwoord) , verschil.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verschil , versjil , (onzijdig) , versjille , versjilke , verschil
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal