elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vervangen

vervangen , vervangen , reflexief , zich verkouden, eene verkoudheid opdoen, ongesteld worden van menschen en vee door te schielijke afwisseling van koude en warmte. Gron. vervangen = stijf door koudevatting, van varkens; in Oostfr. zegt men het van paarden. Kil. vervanghen beeste = dier met stijven nek. (HD. verfangen, verschlagen (refl.) = door sterke beweging te veel lucht inademen, waardoor de ademhaling bemoeilijkt wordt.)
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
vervangen , [ziek worden (van een koe)] , vervangen , (sterk werkwoord) , zik vervangen, ziek worden (van eene koe, geen boter geven).
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
vervangen , vervangen , (bijvoeglijk naamwoord) = stijf door koudevatting, van varkens; dat swien is vervangen, hij ken hoast nijt loopen. In Oostfriesland zegt men het van paarden. Kil. vervanghen beeste = dier met stijven nek. Zal zooveel zijn als: (door koude) bevangen. Drentsch zich vervangen = zich verkouden, ongesteld worden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
vervangen , vĕrvangĕn wezen , kou gevat hebben, ledepijn hebben.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
vervangen , vervöngen , Oonze kou hef zich vervöngen: onze koe is stijf door gevatte kou.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
vervangen , vervongen , bijvoeglijk naamwoord , in de zegswijze vervongen van de koud, bevangen door de kou.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
vervangen , vervangen , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , verkouden, niet lekker Dat kalf was vervangen (Wsv), Ik bin wat vervangen in de hoed (Hol), Hij is vervangen van de kolde heeft kou gevat (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vervangen , vervangen , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. vervangen Het holt wordt altemit vervöngen deur iezer (Flu), Wij wilt de meubels vervangen (Hav), Ik wil het leertie in de pomp vervangen (Gro), Aj niet kommen kunt, moej zörgen dat er ien is, die je kan vervangen (Odo), Die dokter lat zuk vervangen (Dal) 2. (wederk.) kou vatten (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) Ik heb mij dik vervangen (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vervangen , vervangen , werkwoord , vervangen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vervangen , vervangen , bijvoeglijk naamwoord , Gunninks woordenlijst van 1908: verkouden
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vervangen , vervangn , ziek door kouvatten. Die koe is al ’n hele tied vervangn. Bie vervangn mut der an ’n koe edach wordn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal