elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vleeswieme

vleeswieme , vleiswiemĕ , plaats aan den zolder, waar het vleesch hangt, V, 41.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
vleeswieme , vleiswiemel , de , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = plaats, waar vlees wordt opgehangen om te drogen Die dikke brommers moej veur oppassen, want die brengt je de maoden in de vleiswiemel (Exl), De vleiswiemel was naost de schurstien (Wsv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vleeswieme , vleiswimme , vleisvieme , latwerk aan de zolder waaraan het vlees hangt. Ook: vleisvieme (Kampereiland)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal