elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: voorzoom

voorzoom , voorzoom , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Bij een molen. De lat langs de zoom der molenwieken, die dient om deze te versterken. Vgl. zoom. || Drie gemaakte Voorzoomen, l. 11 el, br. 190 str(eep), Invent. molenmakerij (Zaandijk, a° 1846), Zaanl. Oudhk. – Vgl. achterzoom.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
voorzoom , véurzeumĕ , ond. molenwiek.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal