elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vuurplaat

vuurplaat , vuurplaatĕ , ijzeren plaat onder of achter den vuurpot.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
vuurplaat , vuu:rplaat , gietijzeren sierplaat die rechtop tegen de achterwand van de haard staat.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
vuurplaat , vuurplaat , de , 1. haardplaat De vuurplate was vrogger de voetenwarmer (Nije) 2. plaat achter het open vuur (Zuidoost-Drents zandgebied) Achter het vuur haj een vuurplaat (Scho)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal