elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: weel

weel , [enige, enkele] , weelĕ , eenige; weelĕ appels.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
weel , [wie (vraagwoord)] , weelĕ , wie, weelĕ hef det ĕzegd?
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal