elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wegbrengen

wegbrengen , wegbrengen , naar het graf, naar het kerkhof brengen. Gron. (Westerw.) henbrengen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
wegbrengen , wegbrengen , iemand geheel of gedeeltelijk vergezellen bij ’t naar huis gaan. Zie ook: wegsleepen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
wegbrengen , [zoek maken] , wegbrengĕn , zoek maken.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
wegbrengen , wegbrengen , vortbrengen , sterk werkwoord, overgankelijk , Ook vortbrengen = 1. wegbrengen Ik moet de post nog wegbrengen (Klv), Ik zal je wal een even een èendtien wegbrengen begeleiden (Sti), De kolen weurden met een lorrie vortbracht (Bal) 2. begraven Zij hebt hum gistern weg ebracht (Hgv) *Wat het hoes vortbrengt, brengt het hoes ok weer wat je in huis verliest komt in huis weer voor de dag (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wegbrengen , wegbrengen , 1. begraven; 2. een schip opzettelijk tot zinken laten brengen; 3. Gunninks woordenlijst van 1908: zoekmaken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal