elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zerig

zerig , zeerĕch , pijnlik.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zerig , zerig , bijvoeglijk naamwoord , 1. Vatbaar voor zweren. 2. Zweren of wondjes hebbend.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal