elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwaluwnest

zwaluwnest , swalfkenust , zwaluwnest; zie: swalfke.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zwaluwnest , zwalvĕrsnöst , zwaluwnest, V, 92.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zwaluwnest , zwellevenéêst , zwaluwnest De zwellevenéêst Het zwaluwnest
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
zwaluwnest , zwalviesnust , het , zwaluwnest Een zwaluwnust oetstötten, dat much niet (Zdw), En boeten an de muur bij de baander, daor zatten een bult zwalviesnusten (Eex), Aachter het oelebred zat een zwalviesnust (Rod)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zwaluwnest , zwelvernust , zelfstandig naamwoord , et; zwaluwnest
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zwaluwnest , swaeleversnöst , (zelfstandig naamwoord) , zwaluwnest.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zwaluwnest , [zwaluwnest ] , zwelvenès , zwelvenèst , (onzijdig) , zwaluwnest
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal