elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwerven

zwerven , zwarven , (sterk werkwoord) , zwerven.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zwerven , zwerven , (sterk werkwoord) , zwòrf, ’ezwòrven , Zie de wdbb. || Hij zworf rond op zee.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zwerven , zwaarvĕn , zwerven.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zwerven , zwaiven , zwörf, ezwörven , zwerven
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zwerven , zwoarvn , werkwoord, zwak , zwerven
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
zwerven , swurve , werkwoord , Zwerven.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zwerven , zwerm , zwerm, ezwörm , zwerven.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zwerven , zwarven , zwaarven , sterk werkwoord, onovergankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook zwaarven (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, noord) = 1. zwerven Wij hebt in dizze kontreinen al hiel wat zwarmen daon (Wes), Hie zwaarft aaid bij het pad (Eex), Hie zwaarft van de een naor de aander (And), (zelfst.) Hij kwam an het zwarven, toen zien vrouw oet de tied kwam (Sle) 2. zwermen (Zuidwest-Drenthe, noord) De more kuj heuren piepen, as ze wilt gaon zwaarven (Dwi), z. ook zwörmen 3. rondslingeren (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) Die man lat al zien gerak um het hoes toe zwarven (Dro), Gaot oen goed is ophangen, het zwarft aoveral rond (Dwij)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zwerven , zwärven , zwärft, zwörf / zwierf (Kampen) / zwärven (Kampen) , zwerven
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zwerven , zwârvm , zwerven.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zwerven , zwarven , zwaarven , werkwoord , 1. zwerven, rondtrekken 2. zich her en der bevinden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zwerven , zwärven , (werkwoord) , zwärft, zwierf/zwärven, ez , zwerven.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zwerven , zwerve , zwerftj/zwurftj, zwórf, zwórve, gezwórve , zwerven
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zwerven , zwèèreve , sterk werkwoord , zwerven; B zwèèreve - zwurf - gezwörve; Dirk Boutkan (1996) - zwèèreve - zwieref - gezwöreve
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal