elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanmengen

aanmengen , anmengen , sterk, zwak werkwoord, overgankelijk , aanmengen IJ moet het dieg anmengen, het is te stief (Sle), Het mut nog een beetien an emöngen wörden mit wat sago, aans is de bessensap te dunne (Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanmengen , anmingen , anmengen , werkwoord , aanmengen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal