elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanplakplaats

aanplakplaats , anplakplaos , anplakstee , Ook anplakstee = 1. plaats waar aankondigingen werden aangeplakt 2. term bij verstoppertje, de plaats, waar men anplakte Anplakplaotsen waren an schuren en bomen (Zwe), zie ook anplak 3. plaats om bijeen te komen (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Volk dat geregeld bij de weg is, hef ok vaok een anplakstee waor ze angaot; ze zit daor vaok een toer te plakken (Vri)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanplakplaats , anplakplaets , anplakplaetse , zelfstandig naamwoord , de; plek, plaats waar aankondigingen e.d. worden aangeplakt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal