elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aansnijden

aansnijden , aansnijden , (ansnaiǝ) , (sterk werkwoord, transitief) , Zie de wdbb. – Iemand ansnijden, hem staande houden en aanspreken. || As je Jan teugekomme, dan (dan) mos-je ’em effen ansnijje en vragen of-i ders ankomt. – Ook elders in de gemeenzame taal.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
aansnijden , ánsnéêje , aansnijden ’ne Mik en ’n onderwèrp, die kund’ béêj ánsnéêje. Een brood en een onderwerp kun je beide aansnijden.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aansnijden , ansnien , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. opschieten met snijden Je moet wat ansnieden, wij hebt niet vèul tied mèer (Hijk) 2. beginnen te snijden Ik magge de rollade ansnien (Ruw), (fig.) Wi’j dat onderwerp wel ansnien? (Hgv), ook het maken van een begin bij het turfgraven Dat was in het begun de putte ansnieden en laoter, as ie de putte an de loop hadden, dan was het de banke ansnieden (Schn), Eerst een ingang graven en dan een bankien ansnieden (Bco), Het ansnieden gebeurde met een kruiplank. Men stak met de stikker langs de plank en trapte deze met de voet een turfdikte in het veen (Eri), zie ook lösmaken
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aansnijden , ansnieden , werkwoord , 1. aansnijden: de eerste snee in iets maken 2. beginnen te spreken over 3. opschieten met het snijden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aansnijden , [de eerste snee maken; beginnen te spreken over iets] , ansniejen , ansnieden , (werkwoord) , aansnijden.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aansnijden , ènsnèèje , aansnijden, aankaarten , ’ne Mik ènsnèèje. De eerste snee brood snijden., ’n Zaâk ènsnèèje. Een zaak aankaarten. Bijvoorbeeld in een vergadering
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
aansnijden , [aansnijden] , aansnieje , aansnijden , Waem snietj de flaaj aan?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal