elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanspreker

aanspreker , ansprekker , aanzegger; bij overlijden door naaste buren. Bij welgestelden was er een officiële aanzegger. Ook nog wel gebruikt als benaming voor de begrafenisondernemer.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanspreker , anspreker , de , 1. aanzegger De anspreker kwam de groeve anzeggen (Uff), Die anspreker kan de begrafenis netties leiden (Dwij), Een neuger van boerenbruloften hedde ok anspreker (Oos) 2. iemand die even langskomt (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) Hej al is een anspreker had, naodaj weer thuus bint, of loopt ze oe de deure niet plat? (Wap), Umdat hij ziek was, kreeg hij wel ies een anspreker (Ruw) 3. iemand die een ander wat op de mouw wil spelden (Midden-Drenthe) Dat is ok een anspreker! (Gie)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanspreker , anspreker , zie anzegger
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanspreker , anspreker , zelfstandig naamwoord , de; aanspreker, hetz. als anzegger
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanspreker , [begrafenisondernemer] , ansprèker , zie: anzegger.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal