elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanzegger

aanzegger , ånzäggers , aanzeggers, buren die zich met het aanzeggen belasten
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
aanzegger , anzegr , zelfstandig naamwoord, mannelijk , anzegrs , vrouw, die overlijden bericht, paarsgewijze
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aanzegger , anzegger , de , anzeggers , aanspreker, aanzegger De anzegger lop ok in het looug; wel zul der overleden wezen? (And), Klein Dörkien is anzegger van de groeve (Hav), De draogers drugen de liekkist en de anzegger luup naost de wagen (Val)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanzegger , anzegger , begrafenisondernemer (vroeger een buurman of goede vriend die de dood van iemand in de buurt ging mededelen). Ook: anspreker
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanzegger , anzegger , zelfstandig naamwoord , de; leedaanzegger
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanzegger , añzegger , zelfstandig naamwoord , añzeggers , añzeggertie , aanzegger, de man die een sterfgeval meldt Den añzegger viel int klompeloosie; de meñse zatte te eete en lachte d’r om. D’n añzegger wier kwaad en zee: nou zeg ik ôk nie wie d’r dôôd is De doodbidder viel in het klompenloodsje. De mensen zaten te eten een lachten erom. De doodbidder werd kwaad en zei: Dan zeg ik ook niet wie er dood is Zie ook dôôdbidder
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
aanzegger , [aanspreker, begrafenisondernemer] , anzegger , (zelfstandig naamwoord) , aanspreker, begrafenisondernemer. De anzegger ging vroeger langs de deur als iemand uit de straat overleden was. Zie ook: ansprèker.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal