elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanzoek

aanzoek , anzeuk , zelfstandig naamwoord, onzijdig , anzeuke , trouwaanzoek
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aanzoek , √°nzuuk , m , aanzoek.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aanzoek , anzuuk , aanzoek, verzoek.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanzoek , anzuuk , de , anzuken , Var. als bij zuken = 1. huwelijksaanzoek Marie hef al drei keer een anzuuk had, mar zij wes ze ieder keer weer of (Flu), Jan hef gistern een anzuuk bij Dinao daon (Oos), Ze was al zeuventig jaor, dou kreeg ze nog een anzuik (Vtm) 2. verzoek (Zuidoost-Drents zandgebied) Hij hef een anzuuk, ...vraog had veur de kerkeraod verzoek om lid te worden (Sle), 3. in Het maegie haar anzuuk (voor het eerst) een jongen (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanzoek , anzuuk , anzeuk , zelfstandig naamwoord , et, de; aanzoek, plechtig verzoek
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanzoek , anzuuk , (zelfstandig naamwoord) , 1. aanzoek, het ten huwelijk vragen; 2. plechtig verzoek.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aanzoek , aanzeuk , zelfstandig naamwoord , aanzeuke , aanzeukske , aanzoek
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal