elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aapje

aapje , aepien , aapje. Ik wil oe pinkien niet verachn Bongert, mâr dât pinkien van de schoemaeker daor is oe pinkien mâr ’n aepien bie.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aapje , aepien , zelfstandig naamwoord , et 1. kleine aap 2. bidelot
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aapje , apie , één kilo
Bron: Oudenaarden, Jan (2015), Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Aspecten van het dialect van Rotterdam, Rotterdam.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal