elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achterst

achterst , achterst , achterste, achst, achste, aachst, aachste, aachs, , overtr. trap van achter. Ook (zelfst. of verbogen) achterste, achst, achste, (Zuidoost-Drents zandgebied, wb), aachst, aachste (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, wb), aachs, aachse (N:Zuidoost-Drents zandgebied), aast, aaste (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = achterste Dei achterste gorve most mie even wegpakken (Bov), Die lig an de achterste pappe telt niet mee (Hol), Mien bes was oet het achste Erm (Scho), Hie hef de jas aachste veur an (Zwig), (zelfst.) Laot het aachste van je tong ies zien (Wes), De koenen lopt in het veurste stuk en de pinken in het aachste (Bor), Hij kreeg een tik veur zien achterste voor z’n bips (Odo), Hie kwam onbekwaom in hoes, hij was hen ’t achste Emder mark west bij de cafés achter de markt (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achterst , aachterst , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , achterst
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
achterst , achterste , uitdrukking , Op z’n achterste pôôte gaon staon [O] Zich hevig opwinden Al gao je oppie achterste pôôte staon, toch krijgie je zin nie Al wind je jezelf nóg zo op toch krijgt je je zin niet
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal