elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afboenen

afboenen , ofbunen , werkwoord , door te boenen geheel schoonmaken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afboenen , afbuune , zwak werkwoord , afbuune - buunde(n) aaf - afgebuund , afboenen; WBD (m.b.t. een paard) - roskammen (ook genoemd: 'ròskamme' of 'ròsse'); – korte uu
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal