elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afbreuken

afbreuken , ofbreuken , bijvoeglijk naamwoord , 1. door afbraak niet meer bestaand 2. door afbreken niet meer of slechts nog op gebroken wijze aan een boom zittend
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal