elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afdraden

afdraden , ofdraoden , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. afrasteren (Veenkoloniën) De weide is ofdraod (Ros) 2. ontdoen van draad (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied, Midden-Drenthe, Veenkoloniën) Wij moet nog even de peulties ofdraon (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afdraden , òfdraoden , òfdraon , (Kampen) afdraden van bonen. Ook: òfdraon (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afdraden , ofdraoden , werkwoord , afdraden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afdraden , [afhalen] , ofdraoden , draden afhalen van bonen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal